De echte eenzaamheid
Hij heeft zijn
rekeningen niet betaald en de bank heeft gefaald.
Hij is zwerver.
Hij bedelt op straat, in zijn ogen blinkt haat
kan het erger?
Zo nu en dan
loopt een man voorbij,
hij vertrekt zijn gelaat, maakt zich klein.
Er klinkt een muntje en hij kijkt opzij.
Hij is zwerver.
Ze denken dat
hij eenzaam is en verlaten
maar zijn kinderen dwalen ook door de straten.
En 's avonds weer thuis in hun huurloze krot
int hij het drankgeld en sluit hen op.
En aan de andere
kant van dezelfde straat
zit een winkelier in zijn winkeltje paraat.
Met zijn zeepjes, zijn kettinkjes en sponzen,
niemand die hem ooit zichzelf ziet verslonzen.
Niemand die ooit
zijn kwelling ziet.
De trots waarmee hij zijn zeepjes poetst
is echte eenzaamheid.
Want al kwam
er weer niemand vandaag
en is hij onzichtbaar voor het verdriet;
al weet hij dat een zeepje niks betekent,
iets anders dan beleefdheid kent hij niet.
M.H.Benders,
05-02-2006