Oma
Lacht als de
Mona Lisa,
maar dan een zonder tanden.
Ze schuift met gekrulde theekopjes.
Ze heeft niet veel om handen,
maar alles wat
ze doet heeft
een ingesleten gratie
zichtbaar voor
de doden maar
voor de tijd nog slechts een spatie
of een naamval
op papier, maar Oma
is niet meer hier sinds ze
haar aangezicht vergat.
Wie kan haar
nog wat maken
alles blinkt
de deur
het trappenhuis
en soms ook zij
en op haar bed diezelfde sprei
waarin de tijd bleef haken.
M.H.Benders